E-learning

E-learning is hot of liever gezegd het is inmiddels een buzzword. Iedereen heeft het over e-learning, je hoort er immers niet bij als je het er niet over hebt, maar iedereen bedoelt er vaak iets anders mee. Er bestaat geen eenduidige definitie van het begrip e-learning, met andere woorden je kunt er alle kanten mee op om maar te zwijgen over de diverse toepassingen en mogelijkheden. Geen wonder dat het voor een buitenstaander lastig is om hier grip op te krijgen. Bedrijven die het onderwijsleerproces willen innoveren, beginnen hun vraag met dat ze iets met e-learning willen doen zonder te weten wat het precies betekend. Grofweg kun je onderscheid maken in de volgende twee toepassingen van e-learning:

Toepassing 1
Op computer aanbieden van interactieve lesinhoud in de vorm tekst, illustraties, film, animaties, simulaties, vragen om te kunnen oefenen en een toets. De cursist kan door middel van zelfstudie de lesstof eigenmaken.

Toepassing 2
Ondersteunen van het onderwijsleerproces in de vorm van een L(C)MS of ELO. Dit soort systemen ondersteunen de opleidingsorganisatie via een beschermde webomgeving. Voor verschillende doelgroepen kunnen verschillende leerpaden uitgezet worden, de lesinhoud kan doelgroepspecifiek worden aangeboden, lesinhoud kunnen documenten zijn maar ook interactieve inhoud (toepassing 1), de resultaten worden centraal geregistreerd en er zijn mogelijkheden voor communicatie tussen docenten en cursisten. Deze manier van opleiden is bijna alweer achterhaald. Er wordt momenteel veel gesproken over Learning 2.0. Het accent ligt hierbij vooral op persoonlijke leeromgevingen waarin samenwerken, informeel leren en blended leren centraal staan. De technologie staat hierbij in functie van het onderwijsleerproces is en niet andersom.
Een goede ontwikkeling, maar we moeten hierin ook niet doorschieten. Bedrijven zijn nog lang niet zo ver. Van belang is eerst stil te staan bij de vraag welke visie op opleiden het best past bij de opleidingsvraag/-behoefte en hoe de opleidingsorganisatie het beste gestalte kan krijgen. Veel bedrijven denken direct dat de benodigde kennis uitgeschreven moet worden en het liefst compleet is. Afgezien van het feit dat dit waarschijnlijk een onmogelijke opgave is, is dit voor veel bedrijven een (te) grote kostenpost laat staan deze leerstof ook nog eens interactief aan te bieden. Bedrijven zijn meer gebaat bij kennisdistributie (verspreiden en delen van kennis) en dat dit onderdeel wordt van de dagelijkse bedrijfsvoering. Dit betekent inderdaad dat sommige kennis goed kan worden uitgeschreven, maar niet alle kennis leent zich hiervoor. Veel kennis kan namelijk het beste verworven worden in de vorm van meester-gezel leren, een leerconcept wat vroeger veelvuldig al werd toegepast. Met andere woorden bedrijven moeten de technologie ondergeschikt maken aan het onderwijsleerproces en ervoor zorgen dat leren onderdeel uitmaakt van de dagelijkse bedrijfsvoering. Op deze manier zijn bedrijven in staat een oplossing te vinden voor de komende vergrijzinggolf.

There are no comments on this page. [Add comment]

Deze website wordt beheerd door de Stic.
Creative Commons License